De wereld om ons heen verandert voortdurend door de invloed van natuur en mens.

Je leert over verschillende onderwerpen op fysisch, politiek, economisch, demografisch en sociaal-cultureel gebied. Hierdoor weet je veel van allerlei maatschappelijke onderwerpen wereldwijd en kun je relaties leggen. Vooral leer je complexe onderwerpen snel te analyseren en oplossingen te bedenken.

Aardrijkskunde is een wereldvak, waarmee je de wereld kunt ontdekken.

Via de labels kun je zoeken op aardrijkskunde examenonderwerp voor HAVO en VWO.


Je ontdekt bijzondere foto's en de belevenissen van een bevlogen docente aardrijkskunde en geschiedenis.

Pol Education & Coaching & Writing
Educatieve teksten, toetsen en training.
CEDEO Erkend Coach en opleider in de school.

drs. Rini van der Pol
Sliedrecht NL
Rome IT 2012 - 2016
Ankara Turkije 2016 - 2019

vrijdag 19 februari 2010

4VWO H1 P11 Arm en rijk Landbouw, rurale bedrijvigheid en voedselzekerheid 2008

Inleiding

Anno 2008 leven we in een wereld met een hoger gemiddeld inkomen per hoofd van de bevolking dan ooit tevoren en wordt er voldoende voedsel geproduceerd om iedereen te voeden. Toch heeft nog steeds bijna één miljard mensen een inkomen van minder dan één dollar per dag en is de dagelijkse calorie-inname van 17% van de bevolking in ontwikkelingslanden onvoldoende voor een gezond bestaan.

Stijgende prijzen voor voedsel en brandstof raken ons allemaal, maar ze raken de armen en kwetsbaren in ontwikkelingslanden het meest. De prijs voor mais en rijst op de wereldmarkt verdubbelde de afgelopen vijf jaar en die voor tarwe verdriedubbelde. Een kans voor delen van de landbouwsector, maar een ramp voor de miljoenen armen in Afrika en elders die hun eigen voedsel niet kunnen verbouwen. De huidige hoge prijzen voor voedsel en energie leiden volgens de Wereldbank in 33 ontwikkelingslanden potentieel tot heftige sociale onrust. Het gaat om landen waar families de helft tot driekwart van het inkomen moeten besteden aan voedsel. Honger ligt op de loer.

Er zijn verschillende oorzaken voor de stijgende voedselprijzen. Zo zijn er de verminderde aandacht voor landbouw in ontwikkelingslanden, inkrimpend landbouwareaal, programma’s voor aanbodbeheersing en afbouw van voorraden in Westerse landen, alsmede de toenemende vraag naar biobrandstof. Verder zijn er de hoge olieprijzen, dieetveranderingen in China, India en andere opkomende landen, incidentele droogtes (onder meer in Australië) en het speculatief inspelen van handelaren en beleggers.

Allereerst is er een scherpe reactie nodig van regeringen, maar ook internationale instellingen op het verwaarlozen van miljoenen armen die afhankelijk zijn van de landbouw. Meer dan tweederde van de arme mensen in de wereld leven in plattelandsgebieden en het merendeel daarvan is vrouw.

Er zijn zowel oplossingen op de korte als lange termijn nodig. Beleid ten aanzien van productieve vangnetten, productiviteitsstijging in de landbouw en rurale private sector ontwikkeling spelen daarbij een grote rol. Er zijn ook politieke keuzes nodig, bijvoorbeeld over de mate van het stimuleren van voedselproductie en biobrandstof, in Europa en ontwikkelingslanden. Maar ook beleidsafwegingen t.o.v. de mate van bescherming van lokale consumenten versus bevordering van de wereldhandel en afgewogen beslissingen over economische groei en duurzaamheid.

De keuzes moeten in ontwikkelingslanden en bij ons worden gemaakt, niet alleen door overheden, maar ook door het bedrijfsleven en het maatschappelijk middenveld.

Internationale bedrijven hebben een verantwoordelijkheid, bijvoorbeeld als het gaat om het verduurzamen van internationale agri-ketens en aandacht voor kleine boeren aan het begin van de ketens. Maatschappelijke organisaties, hier en in ontwikkelingslanden, kunnen in dialoog met hun overheden beleidskeuzes ten aanzien van voedselzekerheid en rurale ontwikkeling ter discussie stellen, zodat een meer evenwichtige en duurzame ontwikkeling van de landbouwsector kan plaatsvinden. Via publiek-private samenwerking kunnen krachten gebundeld worden en de impact van activiteiten vergroot.

Er is een duidelijk verschil in ontwikkeling tussen landen in Azië en Afrika. In Azië is de economische groei inmiddels minder afhankelijk van de landbouw, ook in Zuid Azië waar armoede nog wijdverbreid is maar de landbouw een bescheiden rol speelt in de economie (gemiddeld 7% van BNP). In Afrika is de landbouw nog wel de belangrijkste sector als het gaat om werkgelegenheid en bestaanszekerheid.

Economische groei, en een evenwichtiger verdeling van deze groei, zijn belangrijk. Verbeteren van de productiviteit, winstgevendheid en duurzaamheid van de (kleinschalige) landbouw draagt aanzienlijk bij aan armoedebestrijding op het platteland.

Uit analyse blijkt dat de feiten en cijfers helder zijn:

• De huidige hoge voedselprijzen zijn dramatisch voor de armsten en leiden tot nieuwe uitdagingen en risico’s. Er zijn korte en lange termijn oplossingen nodig gebaseerd op heldere politieke keuzes;

• 75% van de 900 miljoen armen in de wereld leven op het platteland en het merendeel daarvan is werkzaam in de landbouw;

• 2,3 miljard mensen zijn direct of indirect van de landbouw afhankelijk;

Landbouw blijft ook in de 21ste eeuw een fundamenteel instrument voor economische groei en armoedebestrijding, vooral in Afrika. In Afrika is 65% van de beroepsbevolking werkzaam in de landbouw. Zij zijn goed voor 32% van het BNP;

• In tegenstelling tot Afrika heeft in grote delen van Azië wel een Groene Revolutie plaatsgevonden. Deze Groene Revolutie was gebaseerd op toenemende urbane vraag, gefocust op kleine boeren en ondersteund door een sterke overheid (er werd dan gemiddeld tussen de 11 en 14% van het budget aan de landbouwsector besteed);

• Het percentage van de totale officiële ontwikkelingshulp dat wereldwijd aan landbouwontwikkeling wordt besteed is over een periode van 15 jaar afgenomen tot slechts 4% in 2004;

• Door de toenemende druk op landbouwgronden in combinatie met vaak onduurzame landbouwmethodes en klimaatverandering dreigen ernstige milieuproblemen en bodemdegradatie. Dit vergroot de urgentie om snel te handelen.

In veel ontwikkelingslanden fungeert de landbouw als motor voor economische ontwikkeling en voedselzekerheid. Voedselzekerheid heeft te maken met zowel de productie van voedsel als de toegang van mensen tot voedsel, zodat zij een actief en gezond leven kunnen leiden.

Langs vijf sporen een (extra) inzet plegen:

1. Productiviteitsverbetering: onderzoek en lokaal toepasbare innovaties blijven nodig om de productiviteit in ontwikkelingslanden, in het bijzonder in Afrika, te verhogen, zodat boeren en boerinnen met stijgende productie kunnen reageren op de groeiende vraag. Bijzondere aandachtsgroep zijn de kleine boeren met beperkte toegang tot land, die moeten kunnen profiteren van innovaties die tot verhoging van de productiviteit leiden.

2. Enabling Environment: de private sector moet het doen, maar de overheid dient een centrale rol te spelen en dient de juiste kaders te stellen en te investeren in publieke diensten en instituties. Daarbij kunnen belangenorganisaties, zoals de boerenbonden en werknemers en werkgeversorganisaties, zorgen voor de benodigde ‘checks and balances'.

3. Duurzame ketenontwikkeling: verbetering en verduurzaming van de keten, productie, handel en verwerking en consumptie, zijn noodzakelijk met aandacht voor ‘People’(economische verdeling), ‘Planet’ (ecologische duurzaamheid), en ‘Profit’ (economische groei).

4. Verbeterde markttoegang: stimuleren van lokale en regionale markten en bevorderen van internationale markttoegang en handel, zodat producenten en consumenten aan elkaar gekoppeld worden en marktprikkels kunnen dienen als leidraad voor economische ontwikkeling.

5. Voedselzekerheid en overdrachtsmechanismen: er moet aandacht besteed worden aan kwetsbare groepen die structureel buiten de boot kunnen of dreigen te vallen.

De belangrijkste conclusie is dat er veel meer in de landbouw moet worden geïnvesteerd om het groeipotentieel van ontwikkelingslanden optimaal te kunnen benutten en dat de te realiseren groei bij dient te dragen aan een eerlijker verdeling van de welvaart.

De nieuwe, door de Wereldbank voorgestelde agenda voor de landbouw, gaat uit van een systeembenadering met nadruk op:

- meer investeringen (publiek en privaat) in de landbouw, met name in wetenschappelijke, technologische en institutionele innovaties die toegespitst zijn op de behoeften en toegankelijk zijn voor, vooral kleine producenten en ondernemers in ontwikkelingslanden. Hierbij spelen organisaties van producenten een belangrijke rol. Daarnaast moet er volgens de Wereldbank meer aandacht komen voor milieu en de rol van de landbouw als ‘leverancier van milieudiensten’. Daar waar het potentieel van de landbouw beperkt is, door bijvoorbeeld schaarste aan land of beperkte productiecapaciteit, worden oplossingen gezocht in ontwikkeling van rurale arbeidsmarkten.

- de ontwikkeling van markten die ook toegankelijk zijn voor kleine boeren, en

- het belang van goede instituties voor handel en markten.

Klimaatverandering, stijgende voedselprijzen, HIV/AIDS, rampen en conflicten zijn een paar van de factoren die direct en indirect de toegang tot voedsel in ontwikkelingslanden beïnvloeden, en daarmee de voedselzekerheid. Daarbij leidt de grotere uitwisseling tussen stad en platteland tot het verlies van de meer traditionele sociale opvangsystemen, gebaseerd op de familie- en gemeenschapsstructuren. Dit heeft weer tot gevolg dat, naast de al bestaande groep chronische armen en hongerigen, er een grotere groep mensen het risico loopt alsnog onder de armoedegrens te belanden. Armoede en structurele honger zullen dan ook voorlopig blijven bestaan, zelfs in gebieden waar sprake is van flinke economische groei. Het gaat volgens de FAO in totaal om een groep van ongeveer 850 miljoen mensen.

Door risico’s te verminderen is er een geringere kans dat mensen in een situatie van extreme armoede en honger terechtkomen. Armen moeten in de eerste plaats toegang tot productieve middelen hebben en inkomenszekerheid. Inkomens- en gezondheidsverzekeringen kunnen risico’s verminderen. Daarnaast zijn overdrachtsmechanismen van belang, zoals sociale en productieve vangnettensystemen, maar ook een uitkering voor werk in dienst van de overheid of schoolvoeding.

Sociale bescherming en noodhulp moeten op een effectieve wijze wordt ingezet wanneer een terugval in extreme armoede of honger dreigt, en zodra het sociaal en economische verantwoord is, ook weer worden afgebouwd. Voor huishoudens met alleenstaande vrouwen, kinderen of ouderen aan het hoofd, moeten in het bijzonder specifieke maatregelen getroffen worden.


Link: bewerkt naar
www.minlnv.nl/cdlpub/servlet/CDLServlet?p_file_id=27533

Opdrachten:

1 Wat zijn de gevolgen van stijgende voedselprijzen?

2 Wat zijn de oorzaken van stijgende voedselprijzen?

3 Waarom is een snelle reactie van regeringen en internationale instellingen nodig?

4 Welke politieke keuzes zijn van belang?

5a Wat is de rol van internationale bedrijven?
  b Wat is de rol van maatschappelijke organisaties?

6 Wat is het verschil in ontwikkeling tussen Afrika en Azië?

7a Welke feiten en cijfers vallen je op?
  b De Groene Revolutie ontbreekt in Afrika. Is die nodig?

8 Waarom is snel handelen vanuit fysisch-geografisch oogpunt nodig?

9 Welk aandachtspunt spreekt je het meest aan? Waarom?

10a Wat is de conclusie van dit artikel?
    b Wat houdt de systeembenadering in?

11a Wat bepaalt mede de toegang tot voedsel?
    b Waarom moet je risico’s minderen?
    c Wat zijn mogelijke oplossingen om de toegang tot voedsel te verbeteren?

12 Waarom noodhulp afbouwen?