De wereld om ons heen verandert voortdurend door de invloed van natuur en mens.

Je leert over verschillende onderwerpen op fysisch, politiek, economisch, demografisch en sociaal-cultureel gebied. Hierdoor weet je veel van allerlei maatschappelijke onderwerpen wereldwijd en kun je relaties leggen. Vooral leer je complexe onderwerpen snel te analyseren en oplossingen te bedenken.

Aardrijkskunde is een wereldvak, waarmee je de wereld kunt ontdekken.

Via de labels kun je zoeken op aardrijkskunde examenonderwerp voor HAVO en VWO.


Je ontdekt bijzondere foto's en de belevenissen van een bevlogen docente aardrijkskunde en geschiedenis.

Pol Education & Coaching & Writing
Educatieve teksten, toetsen en training.
CEDEO Erkend Coach en opleider in de school.

drs. Rini van der Pol
Sliedrecht NL
Rome IT 2012 - 2016
Ankara Turkije 2016 - 2019

maandag 31 januari 2011

Klimaatvraagstukken El Nino 2011

Tussen Indonesie en Zuid-Amerika

In de Grote Oceaan waait de passaatwind van oost naar west, de ZO-passaat. Dat komt door een luchtdrukverschil tussen Zuid-Amerika met hoge luchtdruk in het oosten en Indonesië met lage luchtdruk in het westen.

Indonesie:
- warm water > lucht stijgt > lage luchtdruk > stijgende lucht > koelt af > neerslag

Zuid-Amerika:
- koud water > lucht daalt > hoge luchtdruk > dalende lucht > warmt op > droog

Door verschil in luchtdruk ontstaan sterke passaatwinden:
  - van hoge luchtdruk in Zuid-Amerika naar lage luchtdruk in Indonesie

 
 


De voorwaarden voor El Niño

El Niño is het verschijnsel waarbij het water in de Grote Oceaan periodiek warmer is dan normaal.

De oceaan is opgebouwd uit een dunne laag relatief warm water (100 meter) bovenop veel kouder water (5 km). De scheiding tussen het warme en het koude water noemt men de thermocline.

Rondom de evenaar waaien voortdurend winden van oost naar west, de passaatwinden.

De belangrijkste variabelen bij het ontstaan van een El Niño zijn:
de thermocline
- de passaatwinden
- de temperatuur van het wateroppervlak


De normale situatie in de Grote Oceaan

In een normale situatie staat de thermocline scheef. Dat komt door de ZO-passaat, die het warme water naar het westen blaast richting Indonesië. Het water bij de westkust van Zuid-Amerika wordt aangevuld met koud water uit de diepte, de opwelling.



Onder 'normale' omstandigheden blazen de passaatwinden aan de evenaar van oost naar west: van Zuid-Amerika naar Australië en Azië. Daarbij duwen ze de warme toplaag van de oceaan voor zich uit. Voor de kust van Indonesie hoopt het warme zeewater zich op, terwijl aan de andere kant van de oceaan, voor de kust van Ecuador en Peru, kouder water opwelt vanuit de diepte.


Het ontstaan van El Niño

Tijdens El Niño wordt het evenwicht tussen de drie variabelen verstoord. Bijvoorbeeld door een westerstorm vanuit het westen van de Grote Oceaan.


[Tijdens een El Niño zijn de passaatwinden afgezwakt, en het warme water stroomt terug naar het oosten.]



Door de westelijke wind verplaatst het warme water richting het oosten naar Zuid-Amerika. Het zeewater langs de westkust van Zuid-Amerika wordt daardoor warmer.

Boven het zeewater wordt de luchttemperatuur beinvloedt door de watertemperatuur. Het verschil tussen de watertemperatuur en de luchttemperatuur neemt af. Hierdoor neemt ook het verschil in luchtdruk af.

Hoe kleiner het verschil in luchtdruk, hoe lager de windsterkte zal zijn.

Door minder luchtdrukverschil zullen de normale ZO-passaatwinden afzwakken. Hierdoor zal een westenwind over de Grote Oceaan waaien. Dit patroon in de luchtdruk veranderingen wordt Zuidelijke Oscillatie genoemd.

Boven Indonesië ontstaat een hogedrukgebied en wordt het droger. Bij Zuid-Amerika en zuidelijk Noord-Amerika wordt het natter.

Bovendien wordt het zeewater warmer, waardoor orkanen kunnen ontstaan, terwijl die normaal niet in de oostelijke Grote Oceaan voorkomen.

Oppervlaktewater

Niet alleen verschilt in de normale situatie de temperatuur van het zeewater tussen de oostelijke en westelijke Grote Oceaan, er is ook een verschil in dikte van het warme oppervlaktewater. De grens tussen warm en koud water ligt bij Indonesië op een diepte van zo'n 200 meter, bij Peru op 50 meter. Bij Peru welt normaal gesproken koud, voedselrijk water op. Door dit voedselrijke water zijn de visgronden bij Peru zeer rijk.

Als El Nino optreedt verschuiven echter de diktes van de warmwaterlaag. De grens tussen warm en koud water komt dan ook bij Peru op 200 meter te liggen. Hierdoor stopt de opwelling van voedselrijk water, waardoor de visvangst afneemt.

La Niña

La Niña is andersom. Er waait een nog sterkere passaatwind van oost naar west. Hierdoor ontstaat meer opwelling van koud zeewater aan de westkust van Zuid-Amerika dan normaal.

Door het koudere water wordt het drukverschil tussen de oost en west nog groter. Hierdoor wordt de passaatwind van oost naar west nog meer versterkt, waardoor er meer koud water vanuit Zuid-Amerika in het oosten naar Indonesië in het westen wordt geblazen.

Boven Indonesië ontstaat een geconcentreerd lagedrukgebied met veel neerslag. Bij Zuid-Amerika wordt het droger.


De animatie van El Niño en La Niña

http://esminfo.prenhall.com/science/geoanimations/animations/26_NinoNina.html


Mondiale effecten

Door El Niño verplaatst het lagedrukgebied boven Indonesië en de westelijke Pacific zich naar het midden van de Stille Oceaan. Hierdoor wordt het normale luchtdrukpatroon verstoord.


Andere lagedrukgebieden verplaatsen zich, zoals boven het Amazonegebied en tropisch Afrika. Dit zorgt voor droogte in Indonesië, Australië, de Filippijnen, het Amazonegebied, de Antillen en zuidelijk Afrika.

Er ontstaat veel neerslag in het midden van de Grote Oceaan, Oost-Afrika en langs de kust van Equador en Peru. Ook de Aziatische moesson wordt soms verzwakt door El Niño door afzwakking van de ZO-passaat.

Tevens wordt de kans op tropische orkanen door El Niño beïnvloed. Zo worden de Caraïben en de oostkust van Noord-Amerika juist minder geteisterd door orkanen, in tegenstelling tot de westkust die gemiddeld meer orkanen te verwerken krijgt.

El Niño zorgt ook voor relatief milde winters in Alaska en het westen van Canada, en relatief koude en natte winters in Florida.
 
Het verband met El Niño wordt kleiner naarmate het gebied verder van de tropische Grote Oceaan af ligt.
 
 
Link:
http://www.examenblad.nl/
Examen VWO 2008-1