De wereld om ons heen verandert voortdurend door de invloed van natuur en mens.

Je leert over verschillende onderwerpen op fysisch, politiek, economisch, demografisch en sociaal-cultureel gebied. Hierdoor weet je veel van allerlei maatschappelijke onderwerpen wereldwijd en kun je relaties leggen. Vooral leer je complexe onderwerpen snel te analyseren en oplossingen te bedenken.

Aardrijkskunde is een wereldvak, waarmee je de wereld kunt ontdekken.

Via de labels kun je zoeken op aardrijkskunde examenonderwerp voor HAVO en VWO.


Je ontdekt bijzondere foto's en de belevenissen van een bevlogen docente aardrijkskunde en geschiedenis.

Pol Education & Coaching & Writing
Educatieve teksten, toetsen en training.
CEDEO Erkend Coach en opleider in de school.

drs. Rini van der Pol
Sliedrecht NL
Rome IT 2012 - 2016
Ankara Turkije 2016 - 2019

dinsdag 16 september 2014

6VWO Landschapszones en klimaat 2014


Klimaatsysteem van Köppen

 

u       Klimatoloog Köppen onderscheidt vijf klimaatzones:

 

A        Tropisch regenklimaat

B        Droog klimaat

C        Zeeklimaat/maritiem klimaat

D        Landklimaat/continentaal klimaat

E        Koud klimaat

 

˜       Temperatuur:

-         A, C, D en E

-         A warmste klimaat, E koudste klimaat

Neerslag:

-         B-klimaat droog > ontbreken neerslag

 

u       Klimaat onderverdelen:

          -         toevoegen extra letter

˜       -         BW = zeer droog woestijnklimaat

-         BS = iets minder droog steppeklimaat

 

˜       Klimaten A, C en D:

-         al of niet voorkomen droge tijd

-         f (fehlt)         = droogte ontbreekt > neerslag in alle jaargetijden

-         s (sommer)   = droge tijd zomer

-         w (winter)     = droge tijd winter

 

¢       Middellands Zeeklimaat/mediterraan klimaat:

-         Cs-klimaat

-         gematigd maritiem klimaat met droge zomer

 

¢       Savanneklimaat:

-         Aw-klimaat

-         tropisch klimaat met droge winter

 

˜       E-klimaat:

-         F        = (eeuwige) sneeuw in poolgebieden

-         H        = (eeuwige) sneeuw in hooggebergte

-         T        = toendra

 

of


u       Het klimaatsysteem van Köppen onderscheidt vijf klimaatzones:

A Tropisch regenklimaat

B Droog klimaat

C Zeeklimaat (maritiem klimaat)

D Landklimaat (continentaal klimaat)

E Koud klimaat

˜       Klimaatzones A, C, D en E worden onderscheiden op grond van de temperatuur.

A is het warmste klimaat, E het koudste.

In het B-klimaat valt heel weinig neerslag. Dit klimaat wordt onderscheiden op grond van (het ontbreken van) neerslag.

u       Elk klimaat kan worden onderverdeeld door een extra letter toe te voegen.

˜       BW staat voor een zeer droog woestijnklimaat. BS voor een iets minder droog steppeklimaat.

˜       De toegevoegde (kleine) letters bij de klimaten A, C en D zeggen iets over het al of niet voorkomen van een droge tijd.

f (fehlt)         = droogte ontbreekt; neerslag in alle jaargetijden.

s (sommer)   = droge tijd in de zomer

w (winter)     = droge tijd in de winter

¢       Het Middellands Zeeklimaat (of mediterraan klimaat) is een Cs-klimaat; een gematigd maritiem klimaat met een droge zomer.

¢       Het savanneklimaat is een Aw-klimaat; een tropisch klimaat met een droge winter.

˜       Aan het E-klimaat worden hoofdletters toegevoegd:

F                  = (eeuwig) sneeuw in poolgebieden

H                 = (eeuwig) sneeuw in hooggebergte

T                  = toendra
 

A Natuurlandschappen: van nat naar droog

Tropische regenwouden


 

u       Vier kenmerken:

˜       -         temperatuur hele jaar hoog > 25 – 35 graden Celsius.

          -         veel neerslag > 2000 mm per jaar        

˜       -         heterogeen bos door warmen en vochtige omgeving

˜       -         etages

˜       -         hele jaar groen


Savanne


 

u       Ten noorden en zuiden van evenaar:

          -         neerslag 1000 –  2000 mm

-         aantal maanden geen regen > 4 - 6 maanden

-         droge tijd

-         savanne

-         overgangsgebied tussen gras en bomen

-         winter = droog

 

Woestijnsteppe


 

u       Woestijnsteppe:

           -         neerslag 250 – 500 mm

           -         droge tijd > 9 maanden

-         doornige struiken en grassoorten

-         lange wortels

-         drie of vier maanden per jaar geen regen

-         te kort voor boomgroei


Woestijn


 

u       Woestijn:

          -         minder neerslag dan 250 mm

          -         bijna altijd droog

          -         zand + grind en rotsbodem

˜       Oase:

          -         plek in de woestijn waar water is

          Bronoase:

          -         ondergrondse waterbron

          Rivieroase:
          -         water vanuit nattere streken wordt aangevoerd




B Natuurlandschappen: van koud naar warm


 


u       Natuurlijke zones verschillen door verschillen in klimaat:  

          neerslag en temperatuur.

˜       Temperatuur is van grote invloed op de plantengroei.
 
 
 
Landijs, drijfijs en pakijs
 
u        In poolgebieden komt geen plantengroei voor omdat de temperatuur onder de nul graden blijft.
De sneeuw blijft liggen en vormt na lange tijd een dikke laag samengeperst ijs: landijs.

Op Groenland soms 3000 meter dik. 
Aan de randen breekt ijs af en glijdt in zee.
Er ontstaat drijfijs in de vorm van ijsbergen.
Bevroren zeewater wordt pakijs genoemd.


Toendra


 

u       -         zomertemperatuur < 10 º C

          -         geen boomgroei

          -         toendra (= boomloos)

          -         permanent bevroren bodem = permafrost

          -         zomer >  dooit > sneeuw smelt

          -         grassen, mossen en lage struikjes

          -         water kan niet wegzakken in bevroren bodem > moerassig

 

Naaldbossen (taiga)

 
u       -         zomertemperatuur 10 º C – 15 º C
          -         te koud voor loofbomen > naaldbomen
          -         naaldboomgordel of taiga
          -         zomer > paar maanden warmer dan 10 º C
        -         geen scherpe grens toendra en taiga
          -         op grens bomen ver uit elkaar
        -         geen scherpe grens tussen taiga en loofboomgordel
          -         overgangsgebied gemengd bos

Loofbossen


 

u      -         gematigde zone

         -         duidelijk temperatuurverschil tussen zomer en winter

         -         zomertemperatuur >15 º C
         -         loofbomengordel gematigde