AARDRIJKSKUNDE WERELDVAK!

De wereld om ons heen verandert voortdurend door de invloed van natuur en mens.

Je leert over verschillende onderwerpen op fysisch, politiek, economisch, demografisch en sociaal-cultureel gebied. Hierdoor weet je veel van allerlei maatschappelijke onderwerpen wereldwijd en kun je relaties leggen. Vooral leer je complexe onderwerpen snel te analyseren en oplossingen te bedenken.

Aardrijkskunde is een wereldvak, waarmee je de wereld kunt ontdekken.

Via de labels kun je zoeken op aardrijkskunde examenonderwerp voor HAVO en VWO.


Je ontdekt bijzondere foto's en de belevenissen van een bevlogen docente aardrijkskunde en geschiedenis.

Pol Education & Coaching & Writing
Educatieve teksten, toetsen en training.
CEDEO Erkend Coach en opleider in de school.

drs. Rini van der Pol
Sliedrecht NL
Rome IT 2012 - 2016
Ankara Turkije 2016 - 2020
WERKWIJZE BLOG
1 zoek bij klas 3/4/5
2 zoek bij klas 3/4/5 > hoofdstuk
3 zoek bij klas 4/5/6 > mindmaps CE
4 zoek bij klas 4/5/6 > video's CE
5 zoek bij klas 4/5/6 > lesstof per onderdeel









zondag 23 oktober 2011

3VWO Verslagenmap aardrijkskunde Verslag Tekening grondsoorten Nederland

Verslagenmap aardrijkskunde

Wat?

- maak een tekening van Nederland met GB 53e 44.
- zet de grondsoorten (op de juiste plaats) met daarbij een korte uitleg. Dat wil zeggen: noteer op de tekening wat, waar en waarom daar?

Gebruik de grondsoorten:
- oude zeeklei
- jonge zeeklei
- rivierklei
- duin- of stuifzand
- zandgrond
- laagveen
- hoogveen
- loss

Hoe?

- schrijf een korte tekst bij iedere grondsoort (wat + waar + waarom daar?)
- maximaal 1 A4

- plaats het verslag in je verslagenmap aardrijkskunde achter de uitgeprinte opdracht

3VWO Verslagenmap aardrijkskunde Verslag Wonen in Nederland met overstromingskans

Verslagenmap aardrijkskunde

Wat?

- maak een verslag met als titel: Wonen in Nederland met kans op overstromingen

Toon met een verslag aan dat het wonen in Nederland risico loopt door overstromingen door rivieren en/of de zee.

Hoe?

- werk op de computer in Word
- lettertype Arial 12
- linksonder in voettekst naam en klas en datum in Arial 10
- rechtsonder in voettekst paginanummers in Arial 10

Maak vijf paragrafen met als kopjes (vet):

-P1 Waarom kan Nederland overstromen door de rivieren?
-P2 Waarom kan Nederland overstromen door de zee?
-P3 Welke vier veiligheidsmaatregelen worden er genomen langs de Nederlandse rivieren? (zie artikel blog; gebruik maximaal vier afbeeldingen over de veiligheidsmaatregelen)
-P4 Waarom wordt gekozen voor zandsuppletie in plaats van dijkverhoging langs de Nederlandse kust?
-P5 Conclusie (beantwoorden titel; wat heb je ontdekt?)

Informatie

- gebruik  internet
- gebruik het blog met als label: Wonen in Nederland
- gebruik bij P3 het artikel: Wonen in Nederland Ruimte voor de rivier maatregelingen 2009

Verslag

- schrijf een tekst bij ieder kopje
- alles wat je opschrijft goed uitleggen; dus waarom is dat?

- maximaal 3 A4 inclusief afbeeldingen

- plaats het verslag voorin je verslagenmap aardrijkskunde achter de uitgeprinte opdracht
- netjes werken

Begrippen

- gebruik zoveel mogelijk geografische begrippen; kijk in je lesboek en basisboek
- maak in je tekst de geografische begrippen vet
- leg de geografische begrippen met eigen woorden uit

Afbeeldingen

- plaats verwijzingen in je tekst via Word

- gebruik maximaal twee geografische afbeeldingen met titel en bronvermelding
- de bronvermelding door voetnoot invoegen (zie Word balk bovenin bij verwijzing)
- gebruik maximaal vier afbeeldingen over de veiligheidsmaatregelen (P3)

woensdag 27 april 2011

Examentraining Mindmap Globalisering deel 1 2011

Examentraining Mindmap Globalisering deel 2 2011

Examentraining Mindmap Globalisering deel 3 2011

Examentraining Mindmap Systeem aarde deel 1 2011

Examentraining Mindmap Systeem aarde deel 2 2011

Examentraining Mindmap Systeem aarde deel 3 2011

 

Examentraining Mindmap Systeem aarde deel 4 2011

Examentraining Mindmap Klimaatveranderingen 2011

Examentraining Mindmap Middellandse Zeegebied 2011

Examentraining Mindmap Klimaatveranderingen Wereldschaal 2011

donderdag 17 maart 2011

Studiekeuze Maak een profielkeuzetest VWO 2011

Kies het juiste profiel

Enkel met het juiste profiel kan er voor een bepaalde vervolgopleiding gekozen worden. Een goede profielkeuze is dus van wezenlijk belang. Ook voor het soort beroep wat je later na de studie wil gaan uitoefenen.

Profielen en studiekeuze

Al in 3 VWO kies je een profiel. Er zijn vier profielen:

• Cultuur en Maatschappij

• Economie en Maatschappij

• Natuur en Gezondheid

• Natuur en Techniek

Cultuur en Maatschappij

Hiermee kun je vrijwel alle opleidingen van het cluster Taal en Cultuur en bijna alle opleidingen van het cluster Recht, Economie en Gedrag en Maatschappij volgen.

Economie en Maatschappij

Met dit profiel wordt je toegelaten tot alle opleidingen van de clusters Recht, Economie, Gedrag en Maatschappij en Taal en Cultuur.

Indien er binnen dit profiel gekozen wordt voor wiskunde B en in het vrije deel voor natuurkunde, dan wordt je ook toegelaten worden tot een aantal van de Bèta-opleidingen.

Natuur en Gezondheid

Als je binnen dit profiel of in het vrije deel kiest voor natuurkunde, dan kan je alle opleidingen op medisch gebied gaan doen: geneeskunde, biomedische wetenschappen, tandheelkunde en medische biologie.

Voor de opleidingen geneeskunde, biomedische wetenschappen en tandheelkunde is er een numerus-fixus (plaatsingsbeperking) en moet je mogelijk deelnemen aan een loting.

Met dit profiel kun je je ook aanmelden voor alle opleidingen uit het cluster Taal en Cultuur, Recht, Econonomie en Gedrag en Maatschappij.

Als je kiest voor wiskunde B en/of natuurkunde, dan kan je ook worden toegelaten worden tot alle Bèta-opleidingen. Hierbij kunt u denken aan opleidingen als biologie, informatica, moleculaire levenswetenschappen, natuurkunde, scheikunde of wiskunde.

Natuur en Techniek

Met de basisvakken wiskunde B, natuurkunde en scheikunde kan je worden toegelaten tot alle bèta-opleidingen, zoals wiskunde, informatica en natuur-en sterrenkunde.

Indien je kiest voor biologie, dan kan hij ook toegelaten worden tot de opleidingen biologie en de medische opleidingen geneeskunde, biomedische wetenschappen en tandheelkunde.

Dit profiel biedt eigenlijk alle keuze mogelijkheden, want je wordt met dit profiel ook toegelaten tot alle opleidingen binnen de clusters Taal en Cultuur, Recht, Economie en Gedrag en Maatschappij.

Weet je nog niet wat voor profielkeuze je wil gaan volgen, dan maak je een profielkeuze test op
http://www.123test.nl/profielkeuzetest-VWO/


Link:
http://www.ru.nl/

woensdag 16 maart 2011

Studiekeuze Hoe kies ik de juiste vervolgstudie? 2011

1. Hoeveel bezoekers trekt Studiekeuze123.nl?

Sinds de start van de website in 2006 weten steeds meer scholieren en studenten Studiekeuze123.nl te vinden. Met een jaarlijkse verdubbeling van het aantal bezoekers is het gebruik enorm toegenomen. In 2008 trok de site een half miljoen bezoekers. Eind 2009 trok de site gemiddeld zo'n 70.000 bezoekers per maand en bijna 700.000 bezoekers per jaar. Ongeveer 600.000 unieke bezoekers. Het aantal gemaakte vergelijkingen van opleidingen is ook flink gestegen. In 2008 is dit verdrievoudigd ten opzichte van 2007. In 2009 steeg het aantal vergelijkingen wederom ten opzichte van 2008.

Uit een onderzoek van Studiekeuze123.nl blijkt overigens dat studenten zich slecht laten voorlichten. Eenderde van de universitaire studenten en zelfs ruim de helft van de hogeschoolstudenten kiest een opleiding zonder bewust een keuze te hebben gemaakt uit meerdere opleidingen of instellingen.

Recent onderzoek laat zien dat er opvallende verschillen zijn in het gebruik van informatiebronnen tussen uitvallers en overige studenten. 'Niet-uitvallers' maken meer dan twee keer zoveel gebruik van onafhankelijke informatiebronnen, zoals de site Studiekeuze123.nl (Studentenmonitor 2007).

2. Te weinig aandacht voor studiekeuze

Uit een onderzoek van Studiekeuze123.nl blijkt dat studenten zich slecht laten voorlichten. Eenderde van de universitaire studenten en zelfs ruim de helft van de hogeschoolstudenten kiest een opleiding zonder bewust een keuze te hebben gemaakt uit meerdere opleidingen of instellingen. Om aankomende studenten te helpen, maakt Studiekeuze123.nl het aanbod van het hoger onderwijs transparant. Hierdoor kunnen aankomende studenten verschillende opleidingen beter vergelijken en dus een betere keuze maken.

Het is de bedoeling dat een meer overwogen studiekeuze tot minder studieuitval leidt.

3. Hoeveel studenten kiezen een verkeerde studie?

Steeds meer studenten in het hoger onderwijs switchen tijdens het eerste jaar.

Ruim 24,4% van de vwo-leerlingen die voor een universitaire opleiding kiest, heeft binnen een jaar het idee op de verkeerde plaats te zitten (het jaar daarvoor was dit 25,0%). 21,4% wijkt na een jaar uit naar een andere vervolgstudie, ruim 10,5% stopt met studeren aan de universiteit.

Van de wo-studenten die in 2007 startten bedroeg de studie-uitval in het eerste studiejaar 10,5%; van deze studenten ging 6,4% naar het hbo, 4,1% volgde geen onderwijs meer.

Van de eerstejaars studenten stapte in 2007 15,0% over naar een andere opleiding in het wo

Van de universitaire studenten is na 7 jaar ongeveer 13% uitgevallen; 12% is dan nog bezig met de studie en ongeveer 75% heeft een diploma in het hoger onderwijs gehaald, deels na geswitcht te zijn naar het hbo.

Van de hbo-studenten die in 2007 gestart zijn, was de studieuitval in het eerstejaar 17,6% (in 2006 was dit nog 17,3%, in 2005 15,2%). Uit gegevens van het CBS komt naar voren dat de uitval het grootst is onder studenten afkomstig van het mbo (22% in het eerste jaar).

Van de voltijdse hbo-studenten die in 2001 aan hun studie begonnen, haalde 63% na 6 jaar een hbo-diploma en 2% een wo-diploma. Na 6 jaar is 22% uitgevallen, terwijl 13% nog bezig is. Studenten die overstappen naar een andere hbo-opleiding of naar het wetenschappelijk onderwijs worden hier niet als uitval gerekend.

Er zijn geen cijfers van switchers in het hoger beroepsonderwijs bekend. Switchers zijn in het hoger beroepsonderwijs moeilijker te meten omdat veel opleidingen binnen de bachelorfase inhoudelijk dicht bij elkaar liggen zodat niet altijd duidelijk is wanneer sprake is van een overstap naar een andere studie.

In opdracht van OCW voerde ResearchNed het onderzoek 'Studieuitval in het hoger onderwijs' (2008) uit. Van de 27.955 uitvallers (in 2004) vulden 4.210 een uitvalvragenlijst in.

Hieruit blijkt dat de studie-uitval in het hbo groter is dan in het wo. In het hbo noemen studenten persoonlijke omstandigheden (22%), gebrek aan motivatie (16%) en verkeerde studiekeuze en onvrede met de manier van lesgeven (beide 15%). Afhakers uit het wo noemen gebrek aan motivatie (25%), persoonlijke omstandigheden (23%), verkeerde studiekeuze en het vinden van een baan (beide 10%).

Bijna 60% van de uitvallers wil in de toekomst weer een opleiding in het hoger onderwijs volgen. Voor 20% is dat de oude opleiding, 37% switcht van studie. Ruim 40% stopt definitief met het hoger onderwijs. Bijna de helft van de hbo-studiestakers gaat naar het mbo. Een derde van de wo-studiestakers kiest voor particulier onderwijs.

4. Wat verhoogt de kans op uitval?

Uit de Startmonitor 2008 van het onderzoeksbureau ResearchNed blijkt dat scholieren die niet goed nadenken over hun studiekeuze vaker in het eerste jaar uitvallen. Ook scholieren die laat beginnen met nadenken over hun studiekeuze en laat hun keuze maken vallen vaker uit.

Het bezoeken van open dagen, en in het bijzonder intensievere voorlichtingsdagen zoals meeloopdagen en proefstuderen, heeft duidelijk een positief effect. Scholieren die een opleiding kiezen omdat ze die inhoudelijk interessant vinden, vallen ook minder vaak uit dan scholieren die alleen kiezen op basis van startsalaris en baankans.

Een verkeerde keuze leidt tot switchen naar een andere studie of helemaal stoppen met studeren. Van de HBO-studenten valt 25% na gemiddeld 2,3 jaar uit. In 2005 waren dit 22.400 studenten.


Link:
http://www.studiekeuze123.nl/

maandag 14 februari 2011

Systeem aarde De Grote Slenk Oost-Afrika 2011

De Grote Slenk ofwel Oost-Afrikaanse slenk, Grote Afrikaanse Slenk of de Grote Riftvallei is een riftvallei.

Dit langgerekt stelsel van slenken  loopt van Syrië tot Mozambique over een totale lengte van 6400 km. De slenk varieert in breedte van 30 tot 100 km en in diepte van enkele honderden tot zelfs duizenden meters.

Dit wordt een rift genoemd, omdat dit een gebied is waar tektonische platen uit elkaar bewegen.
Oost-Afrika maakt onderdeel uit van de continentale Afrikaanse plaat, maar is op dit moment aan het splitsen in 2 platen. Er ontstaat de Nubische plaat in het westen en de Somalische plaat in het oosten.


Omdat de riftvallei doorloopt in de Rode Zee tot aan Syrië, wordt ook de Arabische plaat tot het divergerende systeem gerekend.
Een systeem waarbij drie tectonische platen uit elkaar bewegen wordt een triple junction genoemd.


Dit de enige plaats op aarde is waar actieve riftvorming in een continentale plaat plaatsvindt.

Het noordelijke deel van de slenkenzone vormt de vallei van de Jordaan, die verder zuidwaarts stroomt door de Zee van Galilea in Israël naar de Dode Zee.
Verder zuidwaarts is de slenkenzone bezet door de Wadi Araba, de Golf van Akaba en de Rode Zee.

Aan het zuidelijke eind van de Rode Zee merkt men een splitsing op. De Golf van Aden is een oostwaartse voortzetting van de rift. Vanaf hier loopt de rift verder als een mid-oceanische rug van de Indische Oceaan.

In zuidwestelijke richting gaat de vallei verder onder de naam 'De Grote Riftvallei', die de oude Ethiopische hooglanden in tweeën deelt. In oostelijk Afrika splitst de vallei zich in tweeën: de Westelijke Rift en de Oostelijke Rift.

Langs de Westelijke Rift liggen enkele van de grootste bergen van Afrika en ook meren. Deze meren behoren tot de diepste ter wereld, met als diepste punt 1470 meter diep in het Tanganyikameer en het Malawimeer.

Het Victoriameer is het op een na grootste meer ter wereld. Het behoort bij de Grote Slenk, hoewel het eigenlijk tussen de twee armen ligt.

Bij de breukzone blijft de riftzone uit elkaar bewegen, waarbij de vallei kan worden opgevuld met water. Er ontstaat een smal oceanisch bekken, dat steeds breder groeit. Hierdoor kan een nieuwe oceaan ontstaan.



Link: bewerkt naar
http://www.wikipedia.nl/

Systeem aarde Roerdalslenk 2011

De Roerdalslenk of Roerslenk wordt ook soms wel Centrale Slenk genoemd. Deze slenk ligt in het zuidoosten van Nederland, het uiterste noordoosten van België en westen van het Duitse Noord-Rijnland-Westfalen.


Dit actief breuksysteem loopt vanuit Limburg naar het noordwesten. Deze Roerdalslenk is zo’n 20 km breed en zo’n 130 km lang.

De Roerdalslenk wordt gevormd door twee grote afschuivingsbreuken:

1 in het noordoosten de Peelrandbreuk (grofweg de lijn Roermond-Deurne-Uden-Lith), die de Roerdalslenk scheidt van de Peelhorst.

in het zuidwesten de Feldbissbreuk (grofweg de lijn Luyksgestel-Gilze en Rijen-Oosterhout), die de slenk scheidt van het Kempens Blok.

De ontwikkeling van de Roerdalslenk beïnvloed door twee verschillende breuksystemen: het Noordzee-slenksysteem in het noorden en het West-Europese slenksysteem in het zuiden.

De Roerdalslenk is te beschouwen als een aftakking van de Boven-Rijndalslenk, die de loop van de Rijn over honderden kilometers door Duitsland bepaalt.

Het breuksysteem van de Roerdalslenk behoort tot de meest actieve van Europa. Hier ontstonden de aardbevingen in 1992 bij Roermond en in 2002 bij Aken.




Link:
http://www.kennisnet.nl/

maandag 31 januari 2011

Klimaatvraagstukken Seizoenen animatie 2011

http://home.planet.nl/~kalsb004/geoworkshop2010/

Klimaatvraagstukken Broeikaseffect animatie 2011



http://home.planet.nl/~kalsb004/geobronnenbb/animaties/broeikaseffect.htm

Systeem aarde Windsystemen animatie 2011




http://home.planet.nl/~kalsb004/geobronnenbb/animaties/Windsystemen.htm

Systeem aarde Hadleycel animatie 2011



http://home.planet.nl/~kalsb004/geoworkshop2010/

Klimaatvraagstukken El Nino 2011

Tussen Indonesie en Zuid-Amerika

In de Grote Oceaan waait de passaatwind van oost naar west, de ZO-passaat. Dat komt door een luchtdrukverschil tussen Zuid-Amerika met hoge luchtdruk in het oosten en Indonesië met lage luchtdruk in het westen.

Indonesie:
- warm water > lucht stijgt > lage luchtdruk > stijgende lucht > koelt af > neerslag

Zuid-Amerika:
- koud water > lucht daalt > hoge luchtdruk > dalende lucht > warmt op > droog

Door verschil in luchtdruk ontstaan sterke passaatwinden:
  - van hoge luchtdruk in Zuid-Amerika naar lage luchtdruk in Indonesie

 
 


De voorwaarden voor El Niño

El Niño is het verschijnsel waarbij het water in de Grote Oceaan periodiek warmer is dan normaal.

De oceaan is opgebouwd uit een dunne laag relatief warm water (100 meter) bovenop veel kouder water (5 km). De scheiding tussen het warme en het koude water noemt men de thermocline.

Rondom de evenaar waaien voortdurend winden van oost naar west, de passaatwinden.

De belangrijkste variabelen bij het ontstaan van een El Niño zijn:
de thermocline
- de passaatwinden
- de temperatuur van het wateroppervlak


De normale situatie in de Grote Oceaan

In een normale situatie staat de thermocline scheef. Dat komt door de ZO-passaat, die het warme water naar het westen blaast richting Indonesië. Het water bij de westkust van Zuid-Amerika wordt aangevuld met koud water uit de diepte, de opwelling.



Onder 'normale' omstandigheden blazen de passaatwinden aan de evenaar van oost naar west: van Zuid-Amerika naar Australië en Azië. Daarbij duwen ze de warme toplaag van de oceaan voor zich uit. Voor de kust van Indonesie hoopt het warme zeewater zich op, terwijl aan de andere kant van de oceaan, voor de kust van Ecuador en Peru, kouder water opwelt vanuit de diepte.


Het ontstaan van El Niño

Tijdens El Niño wordt het evenwicht tussen de drie variabelen verstoord. Bijvoorbeeld door een westerstorm vanuit het westen van de Grote Oceaan.


[Tijdens een El Niño zijn de passaatwinden afgezwakt, en het warme water stroomt terug naar het oosten.]



Door de westelijke wind verplaatst het warme water richting het oosten naar Zuid-Amerika. Het zeewater langs de westkust van Zuid-Amerika wordt daardoor warmer.

Boven het zeewater wordt de luchttemperatuur beinvloedt door de watertemperatuur. Het verschil tussen de watertemperatuur en de luchttemperatuur neemt af. Hierdoor neemt ook het verschil in luchtdruk af.

Hoe kleiner het verschil in luchtdruk, hoe lager de windsterkte zal zijn.

Door minder luchtdrukverschil zullen de normale ZO-passaatwinden afzwakken. Hierdoor zal een westenwind over de Grote Oceaan waaien. Dit patroon in de luchtdruk veranderingen wordt Zuidelijke Oscillatie genoemd.

Boven Indonesië ontstaat een hogedrukgebied en wordt het droger. Bij Zuid-Amerika en zuidelijk Noord-Amerika wordt het natter.

Bovendien wordt het zeewater warmer, waardoor orkanen kunnen ontstaan, terwijl die normaal niet in de oostelijke Grote Oceaan voorkomen.

Oppervlaktewater

Niet alleen verschilt in de normale situatie de temperatuur van het zeewater tussen de oostelijke en westelijke Grote Oceaan, er is ook een verschil in dikte van het warme oppervlaktewater. De grens tussen warm en koud water ligt bij Indonesië op een diepte van zo'n 200 meter, bij Peru op 50 meter. Bij Peru welt normaal gesproken koud, voedselrijk water op. Door dit voedselrijke water zijn de visgronden bij Peru zeer rijk.

Als El Nino optreedt verschuiven echter de diktes van de warmwaterlaag. De grens tussen warm en koud water komt dan ook bij Peru op 200 meter te liggen. Hierdoor stopt de opwelling van voedselrijk water, waardoor de visvangst afneemt.

La Niña

La Niña is andersom. Er waait een nog sterkere passaatwind van oost naar west. Hierdoor ontstaat meer opwelling van koud zeewater aan de westkust van Zuid-Amerika dan normaal.

Door het koudere water wordt het drukverschil tussen de oost en west nog groter. Hierdoor wordt de passaatwind van oost naar west nog meer versterkt, waardoor er meer koud water vanuit Zuid-Amerika in het oosten naar Indonesië in het westen wordt geblazen.

Boven Indonesië ontstaat een geconcentreerd lagedrukgebied met veel neerslag. Bij Zuid-Amerika wordt het droger.


De animatie van El Niño en La Niña

http://esminfo.prenhall.com/science/geoanimations/animations/26_NinoNina.html


Mondiale effecten

Door El Niño verplaatst het lagedrukgebied boven Indonesië en de westelijke Pacific zich naar het midden van de Stille Oceaan. Hierdoor wordt het normale luchtdrukpatroon verstoord.


Andere lagedrukgebieden verplaatsen zich, zoals boven het Amazonegebied en tropisch Afrika. Dit zorgt voor droogte in Indonesië, Australië, de Filippijnen, het Amazonegebied, de Antillen en zuidelijk Afrika.

Er ontstaat veel neerslag in het midden van de Grote Oceaan, Oost-Afrika en langs de kust van Equador en Peru. Ook de Aziatische moesson wordt soms verzwakt door El Niño door afzwakking van de ZO-passaat.

Tevens wordt de kans op tropische orkanen door El Niño beïnvloed. Zo worden de Caraïben en de oostkust van Noord-Amerika juist minder geteisterd door orkanen, in tegenstelling tot de westkust die gemiddeld meer orkanen te verwerken krijgt.

El Niño zorgt ook voor relatief milde winters in Alaska en het westen van Canada, en relatief koude en natte winters in Florida.
 
Het verband met El Niño wordt kleiner naarmate het gebied verder van de tropische Grote Oceaan af ligt.
 
 
Link:
http://www.examenblad.nl/
Examen VWO 2008-1

ZO-Azie Moesson Indonesie en Thailand 2011

(GB53 150 A + 194 B D + 196)

- moessons > halfjaarlijks van richting wisselende winden
- rondom de evenaar
- natte en droge moesson > nat en droog jaargetijde

Delen Indonesie, Vietnam, Laos, Cambodja en Thailand:
- droge periode > veroorzaakt door moesson
- savanneklimaat (GB53 196 > ZO-Indonesie + N-Australie)

De moesson in Indonesie

In Indonesie waait de moesson, waardoor in ZO-Indonesie een droge en natte periode ontstaat. Naast het Af-klimaat in Indonesie ontstaat in ZO-Indonesie het Aw-klimaat/ ZO- Indonesie = moessonklimaat.

In juli is het zomer op het NH:
- NH = zomer
- lagedrukgebied = ITCZ verplaatst naar Azie op het NH 
- door de sterke opwarming van het land
- ZH = winter
- hogedrukgebied bij Australie
- de wind waait van het hogedrukgebied bij Australie op het ZH naar het lagedrukgebied op het NH
- vanaf Australie waait de ZO-moesson richting Indonesie
- door de korte afstand over zee is dit een droge moesson
- dus ontstaat in ZO-Indonesie een droge periode 
- deze droge periode valt in de winter op het ZH, waardoor Koppen dit een Aw-klimaat noemt (w = winterdroog)
- in de rest van Indonesie ontstaat wel veel neerslag doordat de wind verder over zee waait

In januari is het winter op het NH:
- NH = winter
- ZH = zomer
- lagedrukgebied = ITCZ verplaatst naar Australie op het ZH 
- door de sterke opwarming van het land
- de wind waait vanaf het hogedrukgebied in Azie op het NH naar het lagedrukgebied in Australie op het ZH 
- door de lange afstand over zee is dit een natte moesson
- boven Indonesie stijgt de lucht door de opwarming van het land (=stijgingsregen) en door gebergten (= stuwingsregen) 
- in Indonesie ontstaat veel neerslag 


Animatie:

http://www2.palomar.edu/users/pdeen/animations/23_weatherpat.swf



De moesson in Thailand

In juli komt de natte moesson in Thailand:
- de ICTZ ligt op het NH
- de ZO-moesson waait vanaf Australie over zee naar de evenaar
- voorbij de evenaar ontstaat een afwijking naar recht op het NH
- de ZW-moesson is een zeewind en zorgt voor een natte periode

In januari komt de droge moesson in Thailand:
- de ITCZ ligt op het ZH
- de NO-moesson waait vanaf Azie over land naar de evenaar
- Thailand ligt op het NH
- de NO-moesson is een landwind en zorgt voor een droge periode

Kort samengevat

Juli: ZO-moesson 
NH:
- boven Azië > lage drukgebied
- zomer = land = warmer = lucht stijgt  = tekort aan lucht

ZH:
- Australië > hoge drukgebied
- winter = land = kouder = lucht daalt = overschot/teveel aan lucht

Gevolg:

wind waait van ZH (+) naar NH (–)
ZO-moesson richting evenaar; voorbij evenaar ZW

ZH:
- ZO-moesson > landwind vanaf Australië > droog

- ZO-Indonesie:
  - droge moesson > savanne klimaat
  - winter op ZH > Koppen > winterdroog > Aw

- Verder weg richting evenaar:
  - landwind > wordt zeewind > natte moesson

NH:
- Thailand > natte periode




Januari: NO-moesson

NH:
- boven Azië > hoge drukgebied
- winter = land = kouder

ZH:
- Australië > lage drukgebied
- zomer = land = warmer

Gevolg:

wind waait van NH (+) naar ZH (–)
NO-moesson richting evenaar; voorbij evenaar NW

NH:
- landwind vanaf Azie droog
- Thailand > droge periode

ZH:
- landwind > wordt zeewind
- lange weg over zee > veel waterdamp
- lucht stijgt boven land
- Indonesië of Australië > neerslag